Onderwijsontwerp: stap 2. het ontwerpen

Onderwijsontwerp – Stap 2: ontwerpen

Je bekijkt dit artikel buiten een facultaire omgeving.
Dit onderwijsthema werkt het beste binnen de facultaire omgeving, klik om door te gaan naar jouw faculteit:

EB FdG FdR FGw FMG FNWI

Ontwerpen met constructive alignment

Na de analyse volgt het ontwerpen van het onderwijs, de grootste stap binnen de ontwerpcyclus. Voor het ontwerpen van onderwijs gebruiken we het principe constructive alignment. Volgens dit principe sluiten in goed onderwijs de leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing precies op elkaar aan. 

Als je het principe van constructive alignment, ontwikkeld door Biggs en Tang (1996), in je onderwijs hanteert, merk je dat het veel duidelijkheid schept: de studenten weten wat ze gaan leren tijdens de cursus (leerdoelen) en de activiteiten thuis en in de colleges/werkgroepen voelen ‘logisch’ aan omdat ze naar deze doelen leiden. Ook de toetsinhoud en -vorm komt niet uit de lucht vallen: de studenten weten wat er van hen wordt verwacht omdat zij dit hebben geoefend tijdens de leeractiviteiten. Deze aansluiting schept ook duidelijkheid voor jou en andere collega’s: het is logisch en duidelijk waar de studenten op worden beoordeeld en wat de studenten moeten kennen én kunnen. Als studenten of docenten frustraties binnen de onderwijsinhoud ervaren, zien we vaak dat de doelen, activiteiten en toetsing niet volledig op elkaar aansluiten. Lees ook de de uitleg in de toetscyclus.

Bekijk de kennisclip over constructive alignment

Stap 1. Leerdoelen

Leerdoelen zijn essentieel in het onderwijsproces. Ze definiëren welke kennis en vaardigheden studenten aan het einde van een leeractiviteit moeten hebben verworven. Ze communiceren de verwachtingen van de docent en helpen studenten hun inspanningen te sturen en hun eigen voortgang te bewaken.

Effectieve leerdoelen voldoen aan zeven cruciale criteria:

Criterium WEL doen NIET doen
Studentgericht: specificeert wat studenten moeten kunnen De student kan … Aan het eind van dit vak weet men …
Specifiek: ze zijn niet te breed of algemeen geformuleerd, maar maken duidelijk welk concreet resultaat er behaald moet worden De student kan X definiëren De student heeft kennis en inzicht in een reeks van onderwerpen en hun toepassing
Één doel, omvat niet meerdere doelen tegelijkertijd De student kan theorie X uitleggen De student kan theorie X uitleggen én kan reflecteren op de relatie tussen X en Y
Hoogste beheersingsniveau: het is niet nodig om ook alle onderliggende beheersingsniveaus te beschrijven De student kan een wetenschappelijk artikel evalueren De student kan een wetenschappelijk artikel uitleggen, analyseren en evalueren
Meetbare actiewerkwoorden om tastbare acties en gedragingen uit te drukken De student kan theorie X uitleggen De student begrijpt theorie X
Positief geformuleerd en bevat geen ontkenningen De student kan constructief samenwerken De student kan zich niet verzetten tegen individueel werken
Consistent geformuleerd De student kan … De student kan …, De student is in staat om …, De student weet …

Taxonomie van Bloom

(Anderson & Krathwohl, 2001)

Het opstellen van leerdoelen wordt vergemakkelijkt door de ‘taxonomie van Bloom’. Deze beschrijft verschillende typen beheersingsniveaus van de leerdoelen. Het cognitieve domein – het vermogen om informatie op te nemen en op een betekenisvolle manier te gebruiken – wordt geclassificeerd in zes niveaus, variërend van simpelweg het onthouden van feiten tot het genereren van nieuwe kennis (zie ook stap 1 ’Ontwerpen’ uit de toetscyclus).

Actiewerkwoorden

Elk niveau uit de taxonomie van Bloom kan worden gecombineerd met passende actiewerkwoorden. Actiewerkwoorden richten zich op tastbare taken, zoals beschrijven, ontwerpen, opnoemen, enzovoort. Ambigue termen als begrijpen, inzien of vertrouwd raken met zijn niet geschikt als actiewerkwoorden in leerdoelen omdat ze geen concrete acties of gedragingen aangeven. Ze kunnen wél beoordeeld worden via een tastbare taak, zoals uitleggen of vergelijken.

Kennis van of inzicht in?

De termen ‘kennis van’ en ‘inzicht in’ worden vaak in leerdoelen gebruikt. Niet alleen zijn dit geen actiewerkwoorden, maar ze worden ook vaak met elkaar verward of als onderling uitwisselbaar beschouwd. Toch vertegenwoordigen ze twee verschillende niveaus van leren. ‘Kennis van’ betreft het vergaren van feitelijke informatie. Deze informatie kan worden gereproduceerd zoals geleerd. ‘Inzicht in’, daarentegen, houdt een dieper begrip van kennis in. Het veronderstelt het leggen van verbanden, interpreteren van feiten en in eigen woorden beschrijven van kennis. Dit verschil is cruciaal; terwijl ‘kennis van’ reproductie vereist, vraagt ‘inzicht in’ om toepassing en interpretatie, wat een andere aanpak in lesgeven en toetsing impliceert.

Voorbeeld van een goed geformuleerd leerdoel

Na afloop van deze cursus, kan de student:

  • de belangrijkste politieke ontwikkelingen van de Egyptische beschaving identificeren en beschrijven.
  • deze ontwikkelingen analyseren en interpreteren in hun historische context, gebruikmakend van primaire en secundaire bronnen.
  • hun analyse schriftelijk presenteren in een goed gestructureerd en academisch verantwoord essay, waarbij ze correct gebruikmaken van bronvermeldingen.
Voorbeelden verschil kennis/inzicht

X Na afloop van dit vak heeft de student kennis van het Italiaanse Neorealisme.

V Na afloop van dit vak kan de student de kenmerken van het Italiaanse Neorealisme benoemen.

 

X Na afloop van dit vak heeft de student inzicht in het Italiaanse Neorealisme.

V Na afloop van dit vak kan de student verschillende historiografische posities over het Italiaanse Neorealisme uitleggen.

Checklist voor het formuleren van leerdoelen

Het leerdoel richt zich op:

    –  leeruitkomsten van studenten, niet op leeractiviteiten of -processen JA/NEE
    –  kennis, vaardigheden of attitudes van studenten JA/NEE

Het leerdoel bevat:

    –  per component slechts één actiewerkwoord JA/NEE
    –  alleen werkwoorden die tastbare taken omschrijven JA/NEE
    –  alleen het hoogste beheersingsniveau JA/NEE

Het leerdoel is:

    –  meetbaar/waarneembaar JA/NEE
    –  toetsbaar JA/NEE
    –  specifiek JA/NEE
    –  positief geformuleerd JA/NEE
    –  altijd op dezelfde manier geformuleerd JA/NEE

 

Stap 3. Leeractiviteiten

Nu de leerdoelen zijn geformuleerd en je hebt bepaald welke toetsvorm(en) je wilt inzetten, kun je starten met het bepalen van de leeractiviteiten. We zijn geneigd om ons vooral op de activiteiten te richten die tijdens colleges of werkgroepen plaatsvinden, terwijl de activiteiten die studenten thuis doen net zo belangrijk zijn. Hoe zorg je dan voor een ideale aansluiting tussen alle activiteiten?

Tijdens het ontwerpproces zijn we op zoek naar een ideale blend van leeractiviteiten. Als docent initieer je activiteiten – zowel binnen als buiten de contacturen – om de interactie te bevorderen. Dit betreft de interactie tussen de docent en de studenten, tussen de studenten en de inhoud, en tussen de studenten onderling. In lijn met de UvA-onderwijsvisie streven we naar een studentgerichte leeromgeving waarbij:

  • studenten actief bezig zijn met materiaal;
  • samen met en van studiegenoten leren;
  • studenten worden uitgedaagd;
  • digitale functionaliteiten ter verrijking worden ingezet;
  • activiteiten thuis aansluiten op de activiteiten tijdens bijeenkomsten op de campus.

Welke leeractiviteiten passen bij je leerdoelen?

Houd ook rekening met het niveau van het leerdoel dat je wilt toetsen. Wanneer je wilt dat je studenten een analyse kunnen maken, dan is het belangrijk om ook de onderwijsactiviteiten op dit niveau aan te laten sluiten. Bouw hier stapsgewijs naar toe waarbij je opbouwt in niveau.

Voorbeeld: je wilt dat jouw studenten een analyse kunnen maken van bijvoorbeeld een rechtszaak. Het is dan eerst belangrijk dat je studenten op kennisniveau aan de slag zijn gegaan. Welke wetten moeten zij bijvoorbeeld kennen en welke voorgaande zaken zijn van belang? Wellicht is het dan ook verstandig om de geleerde theorie eerst toe te passen in een concrete situatie, bijvoorbeeld door een complexe strafzaak. In dit voorbeeld zijn nu drie verschillende onderwijsactiviteiten beschreven op drie verschillende Bloom-niveaus.

Tip! Heb je de Actief leren-kaartenset al?