TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
Het opbouwen van je eigen AI-geletterdheid is de eerste stap naar het verantwoord en met vertrouwen inzetten van GenAI in je onderwijs. Zodra je een goed gefundeerd begrip hebt van wat GenAI kan, waar de grenzen liggen en hoe studenten het waarschijnlijk gebruiken, ben je beter voorbereid om weloverwogen beslissingen te nemen over hoe GenAI wordt meegenomen of geïntegreerd in je cursusontwerp en toetsing. Deze basis stelt je ook in staat studenten te begeleiden bij het ontwikkelen van hun eigen AI-geletterdheid, op een manier die leren versterkt en academische integriteit waarborgt.
Deze pagina bundelt bronnen die je helpen je AI-geletterdheid verder op te bouwen, zodat je met vertrouwen kunt ontwerpen, doceren en toetsen in een leeromgeving waarin GenAI steeds prominenter aanwezig is.
Het is lastig om AI-geletterdheid volledig te definiëren, omdat de specifieke vaardigheden die verantwoord gebruik bepalen onder andere afhangen van de discipline waarin je werkt. Daarnaast is AI in het onderwijs een opkomend vakgebied waarin wekelijks nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden, en verschuift het welke specifieke vaardigheden nodig zijn om GenAI effectief te gebruiken in jouw context mee met de voortschrijdende onderzoekskennis.
Twee relevante kaders om je eigen AI-geletterdheid op te bouwen zijn hieronder te zien: één van UNESCO en één van Npuls.
Het gebruik van welke tool dan ook in het onderwijs vereist een doordachte aanpak, en AI-tools vormen daarop geen uitzondering. Afhankelijk van hoe je een AI-tool inzet, kan het het leerproces verstoren of juist aanzienlijk verbeteren. Het is daarom van essentieel belang om niet alleen stil te staan bij de voordelen ervan, maar ook na te denken over hoe het op verantwoorde, ethische en duurzame wijze kan worden ingezet.
Een goede eerste stap is om inzicht te krijgen in je eigen kennisniveau op het gebied van AI. Je kunt de e-learningmodule ‘AI Literacy voor docenten’ doorlopen, waarin de basisbeginselen van generatieve AI in de context van het hoger onderwijs worden behandeld. Om GenAI effectief in je onderwijs in te zetten, helpt het om een basiskennis te hebben van hoe deze tools werken en wat ze kunnen doen. Het artikel ‘Wat is GenAI?’ en het artikel van TLC-FNWI ‘GenAI roles in your course‘ bieden een beknopte inleiding en praktische voorbeelden om je te helpen bij het maken van weloverwogen keuzes over het gebruik ervan.
Zorg er bij het opbouwen van je kennis voor dat je op de hoogte bent van de manieren waarop studenten met deze tools omgaan, evenals van het beleid van de UvA en je faculteit inzake het gebruik van GenAI. Samen helpen deze elementen je om weloverwogen beslissingen te nemen over hoe je verder wilt gaan.
Studenten gebruiken GenAI vaak op manieren die voor de docent niet zichtbaar zijn, waardoor het belangrijk is om inzicht te krijgen in veelvoorkomende patronen in het gebruik door studenten als onderdeel van je eigen AI-geletterdheid. Studenten kunnen hun toevlucht nemen tot GenAI wanneer ze niet goed weten hoe ze aan een opdracht moeten beginnen, snel feedback willen, tijdsdruk ervaren of twijfelen aan hun eigen begrip van de studiestof. Vaardigheidsniveau en kritisch bewustzijn lopen sterk uiteen, en sommige studenten vertrouwen te veel op AI-output of zien de beperkingen ervan over het hoofd.
Sommige manieren waarop studenten intentioneel AI gebruiken ondersteunen het leerproces wanneer ze doelbewust worden ingezet. Andere kunnen onbedoeld essentiële leerstappen omzeilen en het moeilijker maken om het begrip van studenten te beoordelen. Er spelen ook overwegingen op het gebied van gelijkheid mee, aangezien niet alle studenten toegang hebben tot dezelfde hulpmiddelen of functies. Omdat AI-detectietools onbetrouwbaar zijn, vereist het aanpakken van deze uitdagingen een doordacht vak- en toetsingsontwerp in plaats van een restrictieve aanpak. Door het denkproces zichtbaar te maken via activiteiten in de onderwijspraktijk, procesgerichte opdrachten en duidelijke begeleiding bij verantwoord gebruik helpen we studenten de vaardigheden te ontwikkelen die van hen worden verwacht. Inzicht in hoe studenten GenAI doorgaans gebruiken, stelt docenten in staat om duidelijkere verwachtingen te formuleren en leeractiviteiten te ontwerpen die onproductieve afhankelijkheid van AI verminderen.
Het doel van GenAI in het onderwijs is om het kritische denken en de creativiteit van mensen te ondersteunen, niet om deze te vervangen. Bij verantwoord gebruik kan GenAI het leerproces verbeteren en de band tussen docenten en studenten versterken. Hieronder volgen enkele belangrijke beperkingen en aanvullende richtlijnen die in acht moeten worden genomen voor een veilige en verantwoorde integratie van GenAI in het onderwijs.
Docenten mogen het werk van studenten niet beoordelen met behulp van GenAI. Het is niet toegestaan om GenAI te gebruiken bij de beoordeling van formatieve of summatieve opdrachten van studenten (Beleidskader en richtlijnen GenAI in het onderwijs).

