Tijdens de eerste bijeenkomst wordt een gezamenlijke visie gevormd. Daarbij staan de volgende samenhangende vragen centraal:
Willen we GenAI-specifieke leerdoelen opnemen in de leerlijn?
Hierbij gaat het om de vraag of en waar GenAI-kennis en -vaardigheden expliciet terugkomen in eindtermen, leerlijndoelen of vakleerdoelen van het curriculum (bijv. begrijpen, gebruiken en beoordelen van AI-output).
Willen we de toetsing/toetsopzet aanpassen naar aanleiding van GenAI?
We hanteren een tweesporen benadering: leerdoelen worden op AI-bestendige wijze getoetst zonder ondersteuning van GenAI of GenAI wordt bewust geïntegreerd en studenten worden beoordeeld op hun verantwoorde, kritische en transparante gebruik daarvan. Zo wordt gewaarborgd dat kerncompetenties zelfstandig worden aangetoond en dat AI-gerelateerde vaardigheden expliciet en samenhangend in het programma zijn verankerd.
Willen we GenAI inzetten als hulpmiddel om het leren te versterken?
Hierbij gaat het om de vraag of en hoe GenAI een rol krijgt in leeractiviteiten. We bepalen waar dit didactische meerwaarde heeft, welke randvoorwaarden gelden en hoe we consistent en verantwoord gebruik organiseren.
In de drie volgende bijeenkomsten van vier uur worden deze keuzes vertaald naar concrete aanpassingen in curriculum, toetsing en didactiek, zodat AI-geletterdheid en verantwoord gebruik van GenAI zijn geïntegreerd in het onderwijs op curriculumniveau. De bijeenkomsten worden begeleid door twee expert trainers met didactische expertise en AI-expertise (een trainer vanuit het Zichtbare Leerlijnen Programma en een trainer vanuit het facultaire TLC).