TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
De eigen AI-geletterdheid van docenten bepaalt direct hoe effectief zij AI-geletterdheid aan studenten kunnen onderwijzen. Studenten zijn verantwoordelijk voor hun gebruik van GenAI, maar er kan niet worden verwacht dat zij het verantwoord gebruiken zonder consistente begeleiding en een ondersteunend cursusontwerp. Bewust AI-gebruik is daarom een gedeelde verantwoordelijkheid van studenten, docenten en de instelling. Het is daarom essentieel dat docenten studenten helpen hun eigen geletterdheid te ontwikkelen, zodra zij generatieve AI (GenAI) goed begrijpen.
Het onderwijs in AI-geletterdheid bouwt voort op het eigen begrip van docenten van GenAI en helpt studenten AI‑tools kritisch en effectief te gebruiken. Je hoeft niet alles in één keer te behandelen. Begin bijvoorbeeld met één of twee vaardigheden die bij je vak passen, maak je verwachtingen expliciet en laat zien hoe je zelf GenAI gebruikt en beoordeelt. Kleine, goed gekozen stappen kunnen al een groot verschil maken in de manier waarop studenten AI inzetten in hun leerproces.
Om verwarring te voorkomen, is het van belang om GenAI openlijk te bespreken en heldere richtlijnen op te stellen voor wanneer én hoe het mag worden gebruikt. Leg daarbij uit waarom GenAI bij specifieke opdrachten (beperkt) is toegestaan, hoe studenten hun gebruik moeten rapporteren en wat er valt onder verantwoord gebruik. Omdat studenten sterk verschillen in hun vertrouwdheid en vaardigheid met GenAI‑tools, helpt duidelijke begeleiding om een gelijkwaardigere leeromgeving te creëren.
Sommige studenten aarzelen om openlijk over hun AI‑gebruik te praten, en in online onderwijs is het nog lastiger in te schatten hoe zij met GenAI omgaan. Gebruik korte anonieme peilingen, gespreksstarters of snelle check‑ins aan het begin van een vak om te verkennen hoe studenten GenAI momenteel gebruiken. Door studenten uit te nodigen hun verwachtingen en zorgen te delen, normaliseer je verantwoord gebruik en wordt het makkelijker de richtlijnen waar nodig bij te stellen. Dit kan je op den duur gebruiken om je syllabus verder te verfijnen wat betreft AI-gebruik.
Het bespreken van GenAI‑gebruik met je studenten helpt om gedeelde verwachtingen te creëren. Onduidelijkheid ontstaat vaak wanneer vakken onduidelijke of inconsistente regels hanteren. Het versterken van je eigen AI‑geletterdheid maakt deze gesprekken eenvoudiger en effectiever. Richtlijnen kun je samen met studenten opstellen of aanbieden als een set regels die zij moeten naleven, zolang ze maar duidelijk zijn en consequent worden toegepast. ‘AI en je studie’ bevat informatie over wat studenten wel en niet mogen doen bij het gebruik van GenAI, plus tips voor verantwoord gebruik. Heldere communicatie over passend gebruik moet worden ondersteund door opdracht‑ en toetsontwerp dat robuust is voor AI-gebruik. Goed ontworpen opdrachten ondersteunen het behalen van leerdoelen, beperken mogelijkheden voor misbruik en creëren kansen om vast te stellen wat er daadwerkelijk geleerd is. Daarnaast moet je er altijd op letten dat het toestaan van GenAI‑gebruik in lijn is met het faculteitsbeleid.
Het stimuleren van transparant rapporteren over AI-gebruik zorgt ervoor dat AI het leren ondersteunt zonder de academische integriteit te ondermijnen. Zo draagt AI bij aan de ontwikkeling van de benodigde vaardigheden, doordat studenten duidelijkheid hebben over wat als gepast gebruik geldt.
GenAI wordt steeds vaker gebruikt in zowel lesactiviteiten als thuisopdrachten. Sommige studenten maken er al regelmatig gebruik van, terwijl anderen niet weten hoe te beginnen of ervoor kiezen het helemaal niet te gebruiken. Om studenten weloverwogen beslissingen te laten nemen over wanneer en hoe zij GenAI inzetten, is het essentieel dat docenten de effectieve toepassingsmogelijkheden begrijpen en deze kennis expliciet delen. Dit houdt in dat je gestructureerde begeleiding biedt die productief gebruik ondersteunt, duidelijk maakt waar GenAI bij specifieke opdrachten vooral (en juist minder) geschikt voor is, en deze strategieën rechtstreeks verankert in vakactiviteiten en toetsing.
Afhankelijk van wat je vak het best ondersteunt, kun je de onderstaande bronnen in je onderwijs integreren, ze studenten zelfstandig laten verkennen, of ze gebruiken als inspiratie bij het plannen.
Studenten leren veel door te zien hoe docenten GenAI in de praktijk gebruiken. Door je eigen aanpak te laten zien, maak je het proces van verantwoord AI‑gebruik zichtbaar. Zo begrijpen studenten niet alleen wat GenAI kan opleveren, maar ook hoe ze het kritisch, ethisch en effectief in hun eigen werk kunnen inzetten. Studenten kunnen dit illustreren door voorbeelden van hun eigen prompts te delen en te laten zien hoe die tot bepaalde antwoorden of uitkomsten hebben geleid.
Dat is lastig eenduidig te beantwoorden, omdat de vereiste vaardigheden per discipline kunnen verschillen. Het is daarom belangrijk beslissingen te nemen die ervoor zorgen dat de meest passende vaardigheden op het juiste moment in je vakken worden verankerd. Ter oriëntatie kan het helpen om, naast je professionele kennis van de voor jouw domein vereiste eindkwalificaties, één van de ontwikkelde AI‑geletterdheidskaders te raadplegen en te bepalen welke vaardigheden voor jou relevant zijn.
Hieronder vind je enkele vaak genoemde vaardigheden die goede aanknoping vormen wanneer je wilt bepalen welke AI‑geletterdheidsvaardigheden je in je lessen of programma opneemt. Let op: niet elk vak hoeft alle vaardigheden te behandelen. Bepaal welke één a twee vaardigheidsgebieden het meest relevant zijn en focus daarop.
| Vaardigheidsgebied | Wat studenten moeten weten | Wat studenten moeten kunnen | Ondersteuning van docent |
| Kritische omgang met AI‑output |
|
|
|
| Ethische bewustwording |
|
|
|
| Samenwerken met AI‑tools |
|
|
|
| Basiskennis van hoe AI werkt |
|
|
|
| Studenten als actieve, niet‑passieve gebruikers |
|
|
|
Het AI‑GO Framework beschrijft wat AI‑geletterdheid in het onderwijs inhoudt: een combinatie van kennis, vaardigheden, houdingen en ethische bewustwording. Het biedt instellingen en docenten een gestructureerd overzicht ter ondersteuning van het verantwoorde gebruik van AI in onderwijs en leren.
definieert de kennis, vaardigheden en waarden die studenten nodig hebben om AI veilig, kritisch en creatief te gebruiken voor verdere ontwikkeling. Het ordent twaalf competenties in vier gebieden en drie niveaus (Begrijpen, Toepassen, Creëren) als hoofdlijnen voor curriculumontwerp en om geïnformeerde, verantwoordelijke AI‑gebruikers te ontwikkelen.

