Begin bij de leerdoelen van je vak. Toetsen met toezicht is vooral geschikt wanneer studenten moeten aantonen dat ze de leerdoelen zelfstandig beheersen, zonder hulp van AI. Dit geldt met name wanneer je toetst op:
- taalvaardigheid
- conceptueel begrip en vakinhoudelijke kennis
- vakinhoudelijk redeneren en argumenteren
|
- methodologische keuzes en besluitvorming
- analytisch of beoordelend denken
- professionele of praktische vaardigheden
|
Bij dit type toets moeten studenten hun kennis, redeneren en praktische vaardigheden laten zien zónder ondersteuning van AI. Het gaat niet om “AI‑proof” opdrachten, maar om de vraag of jij betrouwbaar kunt vaststellen wat een student zelf begrijpt en kan. Studenten mogen AI eventueel gebruiken in hun voorbereiding (als dat binnen je vak is toegestaan), maar tijdens de toets moet duidelijk zijn dat de prestatie van henzelf komt. Onderstaande vragen helpen je bepalen of toetsing zonder toezicht (en dus zonder AI) nodig is.
Kernprincipe: je kunt als docent zien en controleren hoe de student redeneert, wat die weet en wat die kan – bijvoorbeeld via een mondeling gesprek, een toetsmoment onder toezicht, een real‑time opdracht of een andere vorm van directe verificatie.