TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
Deze checklist helpt je vaststellen of de toetsing in je vak kwetsbaar is voor ongeoorloofd gebruik van AI. Je beoordeelt kritisch of je toetsen AI-proof zijn en herontwerpt ze waar nodig. De checklist is niet bedoeld als evaluatie-instrument voor examencommissies, maar als hulpmiddel om te reflecteren op toetskwaliteit en daarover in gesprek te gaan.
Een ✗ laat zien waar ongeoorloofd gebruik van AI studenten in staat stelt te slagen zonder de beoogde leerdoelen te bereiken. De grootste risico’s doen zich voor bij opdrachten zonder toezicht die buiten een gecontroleerde tentamenomgeving worden gemaakt: schriftelijke werkstukken, presentaties, posters, podcasts en video’s.
Reken ook opdrachten mee die niet direct meetellen voor het eindcijfer, maar wel bijdragen aan het behalen van het vak – zoals AVV/NAV, basisopdrachten of compensatie voor onvoldoendes in andere onderdelen.
| Nee – er worden geen studiepunten (EC) toegekend op basis van opdrachten die studenten zonder toezicht maken. Het risico dat studenten het vak halen door ongeoorloofd gebruik van GenAI is daardoor zeer klein. Je hoeft de overige vragen niet te beantwoorden.
|
|
| Ja – het eindcijfer wordt (mede) bepaald door één of meer opdrachten die studenten zonder toezicht maken. Ga er in dat geval van uit dat studenten GenAI gebruiken: zet de opdracht om naar een begeleid, fysiek toetsmoment, of pas de opdracht zo aan dat studenten de beoogde leeruitkomsten alsnog behalen – waarbij het verantwoord gebruik van GenAI zelf een leerdoel kan worden. Ga verder met de overige vragen. |
Let op: dit geeft slechts een globale indruk. Sommige studenten maken geavanceerd en iteratief gebruik van meerdere (betaalde) tools. Een ✓ bij deze vraag kan daarom een vals gevoel van veiligheid geven
| Nee – de gegenereerde output is weinig of niet bruikbaar, of levert in de huidige vorm geen voldoende op. De student moet de prompts aanzienlijk verfijnen en aanvullende vakinhoudelijke kennis en/of vaardigheden inzetten om een eindproduct van voldoende kwaliteit te maken.
|
|
| Ja – de AI-output kan met weinig of geen aanpassingen leiden tot een voldoende. Neem deze opdracht niet af zonder toezicht: zet de opdracht om naar een fysiek toetsmoment (zonder hulpmiddelen), of vergroot de complexiteit door unieke, zeer specifieke of actuele casussen te gebruiken en vakinhoudelijke kennis, vaardigheden en persoonlijke analyse te vereisen. Zo doorlopen studenten het beoogde leerproces, ook als ze GenAI gebruiken. Houd er rekening mee dat geavanceerd gebruik van GenAI meer kan opleveren dan je verwacht. |
|
Nee – het eindcijfer wordt voornamelijk bepaald door toetsen onder toezicht (zoals een tentamen, een opdracht in de klas, een praktijktoets of een mondeling). In dat geval is het gebruik van GenAI bij de opdracht zonder toezicht een aanvaardbaar risico, mits de belangrijkste leerdoelen en vaardigheden worden getoetst in de onder toezicht afgenomen onderdelen of later in het curriculum.
|
|
| Ja – het eindcijfer is (vrijwel) volledig gebaseerd op opdrachten zonder toezicht. Zet (een deel van) de toetsing om naar toetsvormen onder toezicht en controleer of je nog steeds dezelfde leerdoelen en vaardigheden toetst (constructive alignment). Je kunt de opdracht zonder toezicht ook handhaven als AVV/NAV of als klein percentage van het eindcijfer, en studenten tijdens een tentamen onder toezicht iets nieuws laten doen met dit materiaal – bijvoorbeeld het omzetten naar een andere vorm of voor een ander publiek. |
|
Ja – de docent kan het leerproces volgen. De voortgang van studenten wordt tijdens het vak gemonitord, bijvoorbeeld via conceptversies voor (peer)feedback, gesprekken met de docent, onderdelen die op de campus worden gemaakt, en een logboek, mondelinge toelichting of verantwoording van GenAI-gebruik bij het eindproduct. Bij groepsopdrachten worden individuele bijdragen zichtbaar gemaakt. Deze elementen kunnen onderdeel zijn van de beoordeling om verantwoord gebruik van GenAI te stimuleren – bijvoorbeeld als AVV/NAV of als klein percentage van het cijfer.
|
|
| Nee – een groot deel of al het werk vindt plaats buiten het zicht van de docent, waardoor het eindproduct alléén niet betrouwbaar aantoont of de leerdoelen zijn behaald. Bouw scaffolded tussenstappen in, zoals conceptversies, reflectie op GenAI-gebruik, mondelinge toelichtingen of gesprekken, en een verantwoording van gemaakte keuzes. Zo wordt het leerproces zichtbaar en beoordeelbaar. Het zichtbaar maken van het leerproces helpt ervoor te zorgen dat de beoordeling weerspiegelt hóé studenten tot hun werk zijn gekomen, niet alleen wat het eindresultaat is. |
De voortgang van studenten wordt tijdens het vak gevolgd via:
Deze elementen kunnen ook meetellen in de beoordeling.
Beoordelingscriteria moeten in de eerste plaats de redenering, interpretatie, vakinhoudelijk oordeel en methodologische keuzes van studenten evalueren, en niet oppervlakkige kenmerken die gemakkelijk door GenAI-tools kunnen worden gegenereerd of verbeterd. Een belangrijk risico van GenAI-tools is dat ze snel gepolijste inhoud kunnen genereren zonder dat daar inhoudelijke diepgang aan ten grondslag ligt.
| Ja – de beoordelingscriteria evalueren in de eerste plaats de redenering en het academisch oordeel van studenten, zoals de kwaliteit van de argumentatie, de interpretatie van bewijs of bronnen, vakinhoudelijke en methodologische keuzes, en de originaliteit van analyse of synthese. Deze criteria vereisen dat studenten zich bezighouden met de onderliggende leerdoelen, ook wanneer ze GenAI-tools gebruiken in hun werkproces.
|
|
|
Nee – de beoordelingscriteria leggen veel nadruk op oppervlakkige kenmerken die GenAI gemakkelijk kan genereren of verbeteren, zoals grammatica, spelling, taalverzorging, opmaak, lay-out, structuur en stilistische verfijning. Verschuif de focus van de beoordelingscriteria naar redeneren, analyse en vakinhoudelijke besluitvorming, en behandel oppervlakkige kenmerken als AVV/NAV of als inlevervoorwaarde in plaats van als een substantieel onderdeel van het eindcijfer. Als deze kenmerken centrale leerdoelen zijn – bijvoorbeeld taalvaardigheid – toets ze dan onder toezicht.
|
Is de rol van GenAI expliciet besproken? Duidelijke communicatie over GenAI helpt studenten deze tools op een geïnformeerde en verantwoorde manier te gebruiken.
| Ja – studenten weten hoe ze GenAI verantwoord kunnen gebruiken in dit vak. De docent bespreekt expliciet de ethische en academische implicaties van GenAI, legt uit wanneer zelfstandige beheersing vereist is, wanneer het gebruik van GenAI is toegestaan en hoe dit gedocumenteerd moet worden, en benadrukt dat studenten verantwoordelijk blijven voor al het ingeleverde werk. Bij opdrachten zonder toezicht wordt van studenten verwacht dat ze verantwoording afleggen over het gebruik van GenAI – bijvoorbeeld in een reflectie, logboek of mondelinge toelichting – wat transparant en bewust gebruik ondersteunt.
|
|
|
Nee – het is niet duidelijk omschreven hoe studenten GenAI kunnen gebruiken, of het gebruik wordt verboden (ook al is dit niet te handhaven). Een volledig verbod is moeilijk te monitoren en kan studenten ontmoedigen om hun GenAI-gebruik te bespreken, ook wanneer ze legitieme vragen hebben. Leg duidelijk uit hoe studenten GenAI op een ethische, geïnformeerde en verantwoorde manier kunnen gebruiken: wanneer zelfstandige beheersing vereist is, wanneer GenAI is toegestaan, hoe gebruik gedocumenteerd moet worden en dat studenten verantwoordelijk blijven voor hun werk. Moedig hen aan te reflecteren op de ethische en academische implicaties, en verantwoording af te leggen over hun GenAI-gebruik – bijvoorbeeld via een logboek of reflectie. |
Meerdere ✗-antwoorden zijn een signaal dat de toetsing op bepaalde punten kwetsbaar is: studenten kunnen mogelijk AI inzetten om het werk te produceren zonder de onderliggende leeractiviteit te doorlopen die de opdracht beoogt. Dit betekent niet per se dat de toetsing gebrekkig is. Het kan echter nuttig zijn om bepaalde elementen van het toetsontwerp te heroverwegen.
Er is geen universele oplossing. Afhankelijk van de cursuscontext kan het nodig zijn om meerdere strategieën te combineren. Regels en praktijken rondom toetsing verschillen per opleiding en faculteit, wat betekent dat sommige aanpassingen in jouw situatie mogelijk niet haalbaar zijn.
Via TLC Contact kun je contact opnemen met de toetsdeskundigen van je faculteit. Met hen kun je mogelijke wijzigingen in je beoordeling bespreken. Je kunt ook altijd advies vragen aan de toetsdeskundigen van TLC-Centraal (via tlc@uva.nl).
Breng je opleidingsdirecteur op de hoogte, zodat deze op opleidingsniveau een overzicht kan maken van de situatie en van de vakken waarbij GenAI wordt ingezet.

