Herkennen, signaleren en doorverwijzen

Als docent ben je vaak het gezicht van de Universiteit voor studenten, waardoor zij bij jou kunnen aankloppen voor bijvoorbeeld een luisterend oor. Andersom kan jij ook bij je studenten herkennen dat zij ondersteuning nodig hebben. Dat kan betrekking hebben op academisch vlak, zoals hulp bij (scriptie) schrijven, plannen en studeren met een beperking, of op persoonlijk vlak, zoals omgaan met stress, eenzaamheid of (ernstige) psychologische problemen. Aanwijzingen kunnen zijn afwezigheid in lessen, verandering in gedrag of prestatie, emotioneel zijn (boosheid, verdriet), onverzorgd uiterlijk of onder invloed zijn (drugs, drank).

Wat kan je doen als docent?

  1. Herkennen/signaleren
    Zie je signalen dat een student mogelijk ondersteuning nodig heeft? Of komt een student zelf met een hulpvraag naar je toe?
    Je hoeft signalen niet te diagnosticeren of te duiden. Het is voldoende om op te merken dat het niet goed lijkt te gaan.
  2. Bespreekbaar maken
    Maak kort en rustig bespreekbaar wat je hebt opgemerkt, bijvoorbeeld: ‘Ik merk dat je de laatste tijd afwezig bent / moeite lijkt te hebben. Hoe gaat het met je?’
    Luister zonder te oordelen en vraag wat de student op dat moment nodig heeft.
    Je rol is niet om de situatie op te lossen, maar om de student te helpen passende ondersteuning te vinden.
  3. Doorverwijzen
    Bespreek welke vorm van ondersteuning passend kan zijn en wijs de student op de beschikbare hulpbronnen van de UvA (zie infographic) of, waar passend, op de eigen huisarts. Moedig de student aan zelf contact op te nemen en maak zo nodig samen de eerste praktische stap, bijvoorbeeld door de juiste contactgegevens te zoeken.
    Is er sprake van een acute onveilige situatie of direct gevaar? Schakel dan onmiddellijk professionele hulp in via 112. Bij zorgen over suïcidaliteit kan de student ook contact opnemen met 113 Zelfmoordpreventie via 113.nl. Volg daarnaast altijd de geldende interne UvA-procedure voor acute of ernstige zorgen.
  4. Kort opvolgen
    Kom er op een passend moment kort op terug: ‘Is het gelukt om contact op te nemen met iemand die kan helpen?’
    Respecteer daarbij de privacy van de student. Je hoeft niet te vragen naar inhoudelijke of medische details.
  5. Zorg ook voor jezelf en stem af
    Een gesprek met een student die ernstige problemen ervaart kan ook jou raken. Bespreek je zorgen daarom, binnen de grenzen van privacy en volgens de geldende procedures, met een leidinggevende, studieadviseur of aangewezen collega. Vraag advies wanneer je twijfelt wat passend is.  Je hoeft dit niet alleen te dragen.

Aanvullende informatie

Wil je beter weten wat je kan doen als je vermoedt dat een student echt risico loopt door mentale problemen? Kijk op de website van 113. FNWI-medewerkers kunnen overigens een aanvraag indienen om de Gatekeeper training via TLC FNWI te volgen. Ben je geen medewerker aan de FNWI, stuur dan een mailtje naar het e-mailadres op de desbetreffende pagina om te kijken wat er mogelijk is.


Bronnen: Mental Health Support Protocol – Student Advisors UvA EB 2021 en Richtlijnen signalering en vervolgstappen suïcide-risico van UvA Bureau Studentenartsen UvA 2016