TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
Het programma Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO) is gericht op curriculumverbetering en bedient zowel de deelnemers als de opleiding in verdere professionele ontwikkeling. Het programma beoogt daarmee een impuls te geven aan de kwaliteit van het academisch onderwijs.
Het SKO-programma is bedoeld voor docenten, UD’s, UHD’s en hoogleraren die opvallen door hun inzet voor en toewijding aan het onderwijs. Ze kijken verder dan de eigen cursussen en het eigen vakgebied en zijn de voortrekkers in vakoverstijgende projecten of onderwijsvernieuwing. Ze weten collega’s hierin mee te nemen en innoveren samen met hen het academisch onderwijs en zorgen voor inbedding in het opleidingsprogramma.
Deelnemers vervullen een functie/rol op curriculumniveau, zoals: onderwijs- of opleidingsdirecteur, coördinator van een groter samenhangend geheel van onderwijsonderdelen (bijv. jaar- of leerlijncoördinator), lid of voorzitter opleidings- en/of curriculumcommissie, voorzitter toetsingscommissie.
Het doel van het SKO-programma is om docenten met een onderwijskundige spilfunctie binnen de opleidingen te ondersteunen in uitvoering van een curriculumontwikkeling. De deelnemer vervult vanaf de start van het SKO-programma verschillende rollen op curriculumniveau:
SKO-deelnemers voeren in hun eigen opleiding een vakoverstijgend project uit gericht op curriculumontwikkeling. Tijdens het SKO-programma worden zij bekrachtigd in het procesmatig leiden van dit project, onderwijskundige verdieping en het aanscherpen van een theoretisch onderbouwde onderwijsvisie. Ze brengen hun eigen project en leervraag in en passen de inhoud van het programma direct toe. Ze worden begeleid door twee opleiders aan de hand van de vier fases van het SIE-model (Brouwer & In ’t Veld, 2023): exploratie (zelf), betrokkenheid (samen), design (zelf) en realisatie (samen). Samen met collega-docenten werken ze aan hun eigen project, hun persoonlijke leervraag komt voornamelijk aan bod tijdens de drie individuele coachinggesprekken.
Voorbeelden van projecten: verbetering studiesucces eerstejaars, ontwerpen interdisciplinaire opleiding, methodologieleerlijn en thesistraject herontwerpen, zelfregulatieleerlijn ontwikkelen, ontwikkelen bachelor-leerlijn.
| Doelgroep | Docenten, UD’s, UHD’s en hoogleraren die op curriculumniveau onderwijs ontwerpen, innoveren en de kwaliteit waarborgen. Kandidaten worden voorgedragen door het faculteitsbestuur. |
|
| Voorwaarden | In bezit van Basiskwalificatie Onderwijs (BKO), vervullen van diverse rollen op curriculumniveau (zie toelichting), verantwoordelijk voor vakoverstijgend project binnen eigen opleiding/afdeling, voldoende tijd voor persoonlijke ontwikkeling en vakoverstijgend project, ondersteuning van leidinggevende | |
| Taal | Er is altijd zowel een Nederlandstalige als een Engelstalige groep. | |
| Tijdsinvestering | 160 uur: 70 uur contactmomenten (zes opleidingsdagen en coaching) en 90 uur voor opdrachten, peergroepen en het project binnen de eigen faculteit. | |
| Data |
|
De decaan draagt kandidaten voor op advies van onderwijs- en/of opleidingsdirecteuren. Na voordracht levert de kandidaat het CV en ingevulde vragenlijst aan.
Elke kandidaat heeft een intakegesprek met een SKO-opleider, op basis waarvan de opleiders de Programmacommissie Onderwijskundig Leiderschap (POL) adviseren. De POL besluit over definitieve toelating op basis van geschiktheid van de kandidaten, interfacultaire samenstelling van de groepen en het aantal aanmeldingen.
Gedurende het programma stelt elke deelnemer een SKO-dossier samen en ontvangt hierop feedback en coaching van de opleiders. Aan het eind van het programma dient de kandidaat het dossier in ter beoordeling bij de SKO-toetsingscommissie. Twee assessoren (een SKO-opleider en een oud-deelnemer of ander geschikt persoon uit het assessorennetwerk) beoordelen het dossier en voeren een assessmentgesprek met de deelnemer.
Na een succesvol eindassessment wordt tijdens een feestelijke bijeenkomst het certificaat uitgereikt.
De Basiskwalificatie Onderwijs (BKO), Seniorkwalificatie Onderwijs (SKO) en Leergang Onderwijskundig Leiderschap (LOL) zijn respectievelijk gericht op cursusniveau, curriculumniveau en opleidings(overstijgend)niveau.
Met vragen over het SKO-programma neem je als eerste contact op met het Teaching & Learning Centre van jouw faculteit (zie linkjes hieronder). Afhankelijk van jouw vraag kunnen zij jou naar de juiste persoon verwijzen.

