TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
TLC-Centraal
ACTAAcademisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
EBEconomie & Bedrijfskunde
FdGFaculteit der Geneeskunde
FdRFaculteit der Rechtsgeleerdheid
FGwFaculteit der Geesteswetenschappen
FMGFaculteit der Maatschapij- en Gedragswetenschappen
FNWIFaculteit der Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatica
Door Lydia van der Meij

Verschillen in onderwijs
“In Nederland werken we met een PDCA-cyclus. Dat betekent dat we elk jaar kijken naar wat er niet goed gaat en verbeteracties doen voor het komende jaar,” geeft Giovanni aan. “Dat is goed, maar soms is de mening van studenten wel overheersend. Dit is in Italië ondenkbaar. Daar zijn meerdere redenen voor. Een belangrijke reden is dat er minder budget en dus minder uren zijn. Een docent die veel onderwijs geeft, aan groepen van 200 studenten, heeft simpelweg geen tijd om veel na te denken over wat er anders kan. Laat staan om verbeteringen door te voeren.” Naast een budgettaire kwestie, om minder uren te steken in evaluaties en verbeteracties, is er ook een culturele reden waardoor dat in Italië minder gebeurt. “Het is hiërarchischer en conservatiever in Italië. Er heerst een houding van ‘zo doen we het hier’. Er wordt wel geëvalueerd, maar het hangt van de docent af of daar iets mee gebeurt. En docenten worden ook niet gewaardeerd om hun onderwijsvernieuwing.” Er is dus geen sterke prikkel vanuit opleidingen om hier energie in te steken. Dat betekent dat studenten minder worden gehoord en zich meer moeten aanpassen . Ook Alberto, Giovanni en Iacopo voelden zich als (bachelor-, master- of PhD-)studenten in Milaan, Turijn, Bologna en Trento lang niet altijd gehoord.
Studenten klaarstomen voor het echte leven
“Als ik hier zou hebben gestudeerd, zou ik me heel erg ondersteund hebben gevoeld. Je krijgt een mentor, er is een goed doordachte structuur, je mag je mening geven, het is duidelijk wat je moet doen om je vakken te halen. De tentamens zijn, als je de studiestof bijhoudt, goed te doen,” aldus Giovanni. Alberto beaamt dat de tentamens hier makkelijker zijn. “Dat is niet goed of slecht. Het is wel echt een cultuurverschil, om minder van de student te eisen.” Hierop wordt aangevuld: “In Italië word je enigszins vermalen als je begint met studeren. Je moet het maar uitzoeken. Als je een vraag hebt aan de administratie, moet je een uur in de rij staan. Als je van je docent iets wilt weten, moet je een uur in de rij staan. Het is wel anders dan hier, waar studenten meer aan de hand worden gehouden.” Toch hebben ze alle drie zeker niet alleen maar slechte ervaringen. “Het is in Italië even doorbijten, maar je wordt als student wél proactief en zelfstandig: als je echt iets wilt, moet je er hard voor werken. Ook in de echte wereld is dat zo.” Iacopo, Alberto en Giovanni noemen de astronaut Luca Parmitano, die onlangs werd geselecteerd voor de Artemis III-missie. Hij bedankt in zijn toespraak het Italiaanse onderwijssysteem en betitelt het als onderdeel van zijn eigen ‘lanceerplatform’.
Brain drain
De Italianen die een universitair diploma halen, hebben kwalitatief hoogwaardig onderwijs genoten. Deze drie onderzoekers kregen met hun Italiaanse diploma’s toegang tot gerenommeerde masters, deden PhD-trajecten en werden postdoc. Giovanni deed een eerste master in Engeland en een tweede in Amsterdam, en combineerde wiskunde met linguïstiek en filosofie in zijn opleidingen. Alberto werd aangetrokken door de maatschappelijke impact van informatica en zit nu in het Amsterdam UMC op zijn tweede postdoc-positie. Iacopo sluit zich daarbij aan. Hij deed een PhD in Italië. Via een baan in Duitsland, als computer engineer op het gebied van meta-data, kwam hij dankzij de carrière van zijn partner in Nederland.
“Wij zijn niet de enige afgestudeerden die Italië verlaten. Er is een enorme trek van getalenteerde jongeren naar het buitenland. Daar zijn betere perspectieven dan in Italië, en binnen de EU is het makkelijk om je in een ander land te vestigen. Italiaans onderwijs is uitstekend, dus mensen hebben ons graag. Italië doet dus aan ‘training en exporting’ van slimme jonge mensen.” Dit is ook zorgelijk, want het land investeert in jonge mensen en verdient die investering vervolgens niet terug. Alberto zegt: “Italië moet beter z’n best doen om mensen binnenboord te houden.” En in navolging van Parmitano zijn ook deze drie Italianen dankbaar voor hun in Italië genoten opleidingen. “We hebben nu een vaste baan in de wetenschap.”
Een Italiaanse immigrant zijn
Ze hebben het naar hun zin in Nederland, maar er is soms ook heimwee. Het Nederlandse eten heeft een matige prijs-kwaliteitverhouding, aldus de drie. Naast de zon en familie missen ze de taal. En het langst praten we door over de aanwezigheid van politiek in Italië, in de dagelijkse gesprekken en op straat. “Neem zoiets als de Pride”, zegt Alberto. “In Bologna is dat een zeer politieke aangelegenheid. Waar het in Amsterdam vooral een feest is, dragen mensen in Bologna allerlei politieke, serieuze boodschappen met zich mee.” Ook in het contact met Italiaanse vrienden speelt politiek een belangrijke rol. “Vergeleken met de gesprekken die ik met Nederlandse vrienden heb, gaat het met mijn Italiaanse vrienden vaak en veel over de politiek. We hebben altijd ideeën voor verbetering.”
Verander wat nodig is, maar behoud het goede
En zo zijn we weer terug bij de cultuur op de Universiteit van Amsterdam, waar iedereen invloed kan hebben. “Er is meer conversatie, meer interactie, er is een platte organisatiestructuur. Als student of werknemer hoef je niet bang te zijn.” Tegelijk waarschuwen ze, vanuit hun eigen achtergrond, tegen te veel veranderdruk. “Studenten zien de huidige editie van een onderwijsmoment, ze komen en gaan. Ze weten meestal wel goed wat ze willen, maar niet altijd wat ze nodig hebben. Soms weet je als docent echt beter en moet je koers houden. Anders ben je het ene jaar heen en het volgende jaar weer terug aan het veranderen.” Bewaar, net als in Italië, de mooie en goede zaken, en blijf op z’n Nederlands openstaan voor feedback en positieve veranderingen.

