Stigma’s helpen niet

In gesprek met Mariken de Koning

Dit is een publicatie van het Teaching & Learning Centre van de Faculteit der Geneeskunde UvA.
Auteur: Lydia van der Meij

Geen wij-zij-denken

Mariken heeft een volledige aanstelling als psychiater bij Arkin, een specialistische ggz-instelling voor cliënten met verslaving, depressies, trauma’s of ernstige (ook meervoudige) psychiatrische aandoeningen. Vanuit haar drieledige takenpakket daar – behandelen, opleiden en onderzoeken – kon zij de Basiskwalificatie Onderwijs (BKO) in de Faculteit der Geneeskunde UvA volgen en op die manier ook lesgeven aan bachelorstudenten. “Dat is niet alleen leuk, maar ook belangrijk. Ten eerste is psychiatrie een bijzonder specialisme, met zowel psychiaters die in het ziekenhuis werken als collega’s, en dat is het merendeel, die daarbuiten, in de ggz, hun beroep uitoefenen. Omdat in een UMC vooral de daar werkzame specialisten een onderwijstaak hebben binnen de bachelor, zien studenten tot aan hun coschappen vooral de psychiaters die daar werken. Maar het is een heel breed vakgebied, als je alle extramurale psychiaters meeneemt. Zie daar een van de redenen waarom ik graag les wil geven vanuit mijn rol in een ggz-instelling. Dit is overigens een visie die de afdeling psychiatrie van het Amsterdam UMC ook uitdraagt en die we samen vormgeven.” Dat is belangrijk voor alle toekomstige dokters, zodat zij basale kennis hebben van aandoeningen en verwijsmogelijkheden van hun patiënten, maar zeker ook voor degenen die al enthousiast zijn en overwegen om psychiater te worden. Zij kunnen net als Mariken zelf geïnspireerd en gemotiveerd raken voor een specifiek gebied of patiëntengroep binnen die heel brede psychiatrie.
Als opleider en docent, ziet Mariken nog een ander belangrijk doel. “Wij, en dan bedoel ik alle mensen, zijn allemaal psychisch kwetsbaar. Ik vind het daarom van wezenlijk belang om stigma op psychiatrische patiënten uit de wereld te helpen. Het kan namelijk maar zo zijn dat je zelf, of iemand uit je naaste omgeving, ook als geneeskundestudent of als arts, aan de andere kant van de tafel komt te zitten. En dat is niet raar of gek, laat staan iets om je voor te schamen. Ook is het niet zo dat je daardoor buitenspel komt te staan.” Er zijn genoeg mensen, waaronder ook studenten, artsen in een vervolgopleiding of collega’s, die een periode van psychische ziekte doormaken en daarna gewoon verder gaan, weet Mariken.

Fijngevoelig onderwijs

Onderwijs over psychiatrie vraagt om een zekere fijngevoeligheid. “We weten dat studenten geraakt kunnen worden door hetgeen we in het onderwijs bespreken. Dit wordt altijd voorafgaand aan het onderwijs benoemd. Mijn collega’s die een coördinerende rol hebben, stellen zich altijd open op, studenten kunnen laagdrempelig naar hen toekomen met een eigen verhaal. En dat gebeurt ook veel. We zijn ons heel bewust van het feit dat mensen zelf psychische klachten van dichtbij meemaken.”
In het onderwijs dat Mariken geeft, is ‘elkaar zien’ helpend, ook voor het leren. Ze geeft onderwijs in het blok Waarnemen, denken, doen en in het keuzeonderwijs Psychiatrie, in het tweede en derde jaar van de bachelor. “In zo’n groep laten studenten verschillend gedrag zien. Er zijn de slimme studenten, die hun kennis graag tonen of juist heel stil zijn, er zijn er die het moeilijk vinden en een beetje extra uitleg nodig hebben, studenten die minder gemotiveerd of niet voorbereid zijn… Na een dagdeel krijg ik zoiets een beetje in de smiezen en kan ik daar beter op inspelen. Als ze weten dat ze mij op korte termijn weer als docent krijgen, kan ik bijvoorbeeld gerichter aangeven dat de voorbereiding noodzakelijk is voor de volgende keer, of tijdens de les de stillere studenten meer op hun gemak stellen zodat ze uit hun schulp komen.” Naast het feit dat dit ten goede komt aan het leren, vindt Mariken het op deze manier lesgeven ook leuker, dan wanneer docent en studenten elkaar eenmalig zien en eigenlijk onbekenden voor elkaar blijven. “Studenten stellen me soms vragen, ook over mijn werk, waar ik dan de volgende dag nog even op terug kan komen. Dat geldt trouwens ook voor de artsen die ik begeleid bij Arkin, die zie ik allemaal vaker dan een keer.”

Leren over onderwijs

In de BKO deed Mariken een inzicht op. “Het klinkt heel stom, voor de hand liggend, en eigenlijk wist ik het wel; onderwijs maken vanuit denken over het leerdoel is zo anders, en werkt zo veel beter, dan beginnen met het idee dat ik ‘mijn kennis wil overdragen’. Als ik nu praatjes moet houden, ook buiten de onderwijscontext, denk ik veel beter na over wat ik wil dat de aanwezigen na afloop meenemen.” Ook kennismaken met veel verschillende werkvormen helpt, om een betere docent of spreker te zijn. “Dat was in de BKO wel bijzonder, en maakte het soms intensief, dat je op zo’n lesmiddag ook zelf steeds ervaart dat de docent overgaat op een weer andere werkvorm waar je dan, als deelnemer, mee aan de slag moet.”
Onderwijs is wel een vertrouwd onderdeel in Marikens levensloop. Haar beide ouders waren docent. “En als student heb ik veel bijles gegeven, aan middelbare scholieren. Ik vond dat altijd heel leuk om te doen. Ik ben dan ook blij dat onderwijs en opleiden weer deel uitmaakt van mijn werk. Bij Arkin word ik daarin goed gefaciliteerd. Voor mijn rollen als behandelaar, als onderzoeker en als opleider heb ik geoormerkte uren en voor alle drie die taken een aangewezen leidinggevende.”

Eigen richting in de psychiatrie

“Als psychiatrisch behandelaar bij Arkin richt ik me voor een belangrijk deel op de patiëntengroep die we vroeger onder de ‘chronische psychiatrie’ schaarden, tegenwoordig langdurige zorg genoemd. Er waren tot in de jaren ’70 mensen die in een instituut werden geplaatst, vaak ook ver van de bewoonde wereld, en daar niet meer uitkwamen. Het is voor het merendeel van deze patiënten een goede beweging geweest om meer in de samenleving te komen, deel te nemen, zelfstandig te kunnen leven, soms met wat hulp.” Mariken geeft aan dat er nog een deel, een heel klein deel, benadrukt ze, patiënten bestaat dat structureel niet zonder intensieve behandeling kan. “En deze mensen hebben vaak geen basis, geen thuis. Want feitelijk wonen ze langdurig in klinieken. En niet alleen houden ze dan behandelplekken bezet van mensen die mogelijk meer zouden profiteren van behandeling, ook en vooral is het heel akelig om nooit ergens thuis te zijn.” Mariken is dan ook mede-initiatiefnemer van De Thuiskomst, een nieuwe beschermd-wonenlocatie van woonzorginstelling HVO Querido in Amsterdam Nieuw-West. De Thuiskomst is opgericht in samenwerking met Arkin, voor mensen die bij regulier beschermd wonen niet terecht kunnen vanwege de grote zorgbehoefte. Dit is een plek waar deze mensen wonen, behandeld en begeleid worden, zonder dat er sprake hoeft te zijn van ‘genezing’ en zonder dat ze daar weer weg moeten. En waar mensen soms toch opknappen, vooral in de zin van een beter leven ervaren. “We hebben nu bewoners die meerdere dagen per week naar de zorgboerderij gaan. Ze maken iets mee, hebben collega’s, lunchen samen. Ze kunnen genieten van de dieren. Enorme stappen, voor mensen die voorheen geen daginvulling hadden.”
De langdurige zorg heeft, aldus Mariken, geen ‘sexy imago’. “Maar ik vind het heel mooi.” En ook hier valt nog veel te verbeteren als het gaat om stigma. “Weet je dat deze patiëntengroep ook kwetsbaarder is voor lichamelijke ziekten, ik noem als voorbeeld even longontsteking? Dat komt waarschijnlijk door een combinatie van factoren: psychiatrische ziektes kunnen samengaan met een verminderd functioneren van het afweersysteem, leefstijl kan een rol spelen, maar ook wachten deze mensen soms langer met zorg vragen, kunnen zij hun klachten soms moeilijker overbrengen of vinden het lastiger om de voorgestelde behandeling te volgen. Ze hebben hierbij dus aandacht nodig voor hun psychiatrische achtergrond, ook van somatische behandelaars. Ook dit is een belangrijke reden om het met alle geneeskundestudenten over deze doelgroep te hebben.”